Terug naar Sacarest Homepage
Het levens verhaal van Dolf hoofdstuk 2 |
|
|
De Grote Reis naar Afrika en Zuid Amerika |
|
|
|
Jullie zullen bij het lezen van mn verhaal tot nu toe gemerkt hebben dat het reizen me in het bloed zit. Daar zal het volgende hoordstuk nog meer van door drongen zijn. Op een dag zat ik weer eens in het vroegere kantoor van mn vader zijn werk te continueren toen er een man op de deur klopte en me wilde spreken. Het was een handelsreiziger die me probeerde zijn waren aan te smeren maar deed het slim genoeg heel vriendelijk en menselijk. Het maakte me erop attent dat als ik over 40 jaar met pension zou gaan, ik daar natuurlijk graag in alle rust van zou willen genieten. Hij zou dat voor me kunnen regelen met een pensioenfonds. Toen hij het getal 40 noemde ging ik mij beseffen dat ik er nog niet eens 40 jaar had opzitten!! Hier in dit bureau nog eens 40 jaar te zitten was voor mij ondenkbaar. Ik zei tegen hem, meneer u brengt me waarschijnlijk het belangrijkste inzicht. De man knikte vriendelijk en wilde z´n tas openen om de polissen te laten zien. Toen zei ik hem dat door zijn boodschap ik besef de zaak te zullen gaan verkopen en de wijde wereld in te trekken want hier nog 40 jaar dit werk doen zou een ramp voor me zijn. Verschrikt keek de verkoper en ik liet hem netjes naar buiten. Ik besefte dat ik zelf verrast was van mn inzicht maar voelde dat het helemaal klopte. Iedereen zou me misschien wel voor stom verklaren om mn carrière op het spel te zetten en op reis te gaan maar dat gevoel van binnen was vele malen sterker. Want diep van binnen wist ik dat dit werk voor mij niks was. Tegen mn vader zou ik zeggen dat ik het geprobeerd had zijn bedrijf voort te zetten maar mn reis verlangen heeft me doen besluiten te gaan. Ik had een keer, toch wel wat jaren ervoor een droom gehad waar ik aan de rand van het Victoria meer stond .... Dat gevoel aan die immens grote plas water was eigenlijk onbeschrijfbaar doch met mn inzicht en reis verlangen kwam de droom weer boven drijven en voelde het verlangen om naar het Victoria meer te gaan. Een inzicht hebben is het begin maar dan komt de realiteit om het inzicht om te zetten in een plan en dat vervolgens te realiseren. Het begon om het Baukje te vertellen want die was aan het promoveren op de universiteit en daar druk bezig. Dat was makkelijker als ik dacht want Baukje werd blij van mijn inzicht en plan en daarmee was de eerste stap genomen. Die zelfde avond hebben alle mogelijkheden gebrainstormd en elkaar aangemoedigd er voor te gaan. Mijn plan was ons plan geworden om samen op reis te gaan en wel voor minstens een jaar door Afrika en india te reizen met eigen vervoer. De kogel was door de kerk en het gaf me bakken energie en overtuigingskracht om het ook aan mn ouders te vertellen. Baukje besefte dat bij haar ouders ook wat begrip nodig was voor ze ons plan zouden begroeten. Naast het afbouwen van ons huidige leven waren we net zo druk bezig van het opbouwen van een totaal nieuwe en nogal ongewisse toekomst. Toen ik mn inzicht met mn vader deelde deed dat zeer want ik zou hem achter laten en misschien in het ergste geval zou het kunnen gebeuren hem nooit meer te kunnen zien om wat voor reden dan ook. Mijn vader was kostbaar voor me en had me veel geleerd doch ook veel verteld over al z´n zeereizen en wat dat hem allemaal gebracht had … de appel valt niet ver van de boom. Inderdaad waren er diverse mensen waaronder mijn broer die vonden dat ik gek was om deze prachtige mogelijkheid om het bedrijf van vader voort te zetten liet gaan. Als zich in me een reeds sluimerend inzicht door een klein voorval manifesteert is er meestal geen weg terug meer. Toen we het aan Baukje haar zus en man vertelden werden ze ook enthousiast en lieten merken dat ze min of meer eigenlijk ook zoiets wilden. We konden goed met elkaar opschieten en zo ontstond een plan B om met z´n vieren te gaan. Boeiend hoe heel verschillend mn inzicht ontvangen werd. De een verklaart me voor gek en de ander zegt dat het ook zijn droom is.
Steeds met het volbrengen van weer een stukje van de voorbereidingen verscheen het Victoria Meer in m´n gedachten en zag ik de beelden uit m`n droom. M´n droom was begonnen zich te realiseren en dit prachtige voertuig, hier midden in de Sahara, ging me er heen brengen ... Hoe berijd je zo´n expeditie voor, ging er door me hoofd. Mensen zoeken die zoiets al eerder gedaan hebben en ja wel hoor, in het blad Avenue dat me ´´toevallig´´ onder ogen kwam stond een artikel van een arts die met z´n vrouw een reis door India en Afrika had gemaakt met een landrover. De man opgezocht en eindeloos vragen gesteld waarvan hij de meesten kon beantwoorden. Frits Souget was z´n naam en die ontmoeting zal ik nooit vergeten want wat hij vertelde levendig over z´n ervaringen en hij maakte mn plan eigenlijk voor het eerst zo realistisch dat mn droom handen en voeten kreeg en op weg was naar werkelijkheid. De foto hierboven is het resultaat van alle voorbereidingen die wel zo´n half jaar in beslag namen. Een LandRover was onze keuze geworden want Frits vertelde dat voor die auto toen op de meeste plaatsen wel onderdelen te krijgen waren en een heel goede manual voor zelf reparatie bestond.
Zelfs het artikel uit de Avenue vond ik nog en is altijd met ons meegereisd en de muizen hebben het ook geprobeerd te lezen. Toen was voor zowel mij als ook Frits van bovenstaand artikel een belangrijke vraag, hoeveel gaat zo´n reis kosten? Eerst natuurlijk de auto en de uitrusting maar het duurste was het Carnet du Passage, dat is een paspoort voor je auto. Daarvoor moet je voor je vertrek een borg storten van bijna 2 keer de geschatte waarde. Dit om te voorkomen dat je onderweg je auto voor veel geld verkoopt en zo de invoerbelasting ontduikt. Iedere keer dat je een land in of uitgaat moet dat Carnet worden afgestempeld. Verlaat je het land zonder auto dan stempelen ze je carnet niet af en ben je je geld kwijt. Als je netjes met alle stempels in je Carnet weer terug komt, krijg je je borg weer terug. Maar om te kunnen beginnen moet je zo´n bedrag wel hebben. Het eten onderweg is erg goedkoop en slapen deden we in of naast de auto. Wel komen er kosten in het onderhoud door het rijden in Afrika want dat is een slijtage slag voor je auto al rijd je nog zo voorzichtig en besteed je veel tijd aan onderhoud.Het viel me op dat Frits eerst India aandeed en toen per schip naar Afrika. Echter in het artikel geen woord over India! Wij hadden het plan om anders om te gaan, eerst Afrika en eventueel vanuit Monbasa per schip naar India Frits en z´n vrouw vertelde ons ook dat het samen reizen in Afrika een stuk eenvoudiger is als je met elkaar getrouwd bent. Dus traden Baukje en ik in het kleine gemeentehuis van Hillegersberg vlak voor de reis in het huwelijk. Stijn en Nel, die achter ons zitten, waren onze getuigen. De witte LandRover was natuurlijk onze bruidsauto.
Op 11 febr 1975 namen Baukje, haar zus Margreet, haar man Willem en ik ontroerend afscheid van alle vrienden, familie en bekenden om op reis te gaan naar onbekende verten … Waarom ontroerend want we zijn er toch nog maar ons brein zegt dat in de toekomst we ze vast zullen gaan missen zodat het afscheid ontroerend wordt…Op de foto hieronder zie je m´n vader achterop staan alsof hij ook mee zou willen gaan... Na het uitzwaaien en de Ringdijk op gereden te hebben, rijden we dan eindelijk zuidwaarts op weg naar Spanje om er de oversteek te maken naar Afrika. Op zich bijzonder om met zo´n opgetuigde expeditie auto op pad te zijn want vaak worden we bevraagt waarheen en hoezo. Het aantal snelwegen neemt hoe zuidelijker we komen, des te meer af en in Spanje zijn het alleen nog maar binnen wegen met alle gevolgen van oponthoud. Gelukkig hebben we de tijd aan ons zelf en hoeven geen eind datum te halen die ons klem zet al wisten we van andere reizenden dat je voór april door de Sahara moet zien te komen om de zand stormen mis te lopen . Alle indrukken hadden meer impact op me want het was de reis van mn leven dat was me wel duidelijk. In de Pyreneeën komen we in de sneeuw terecht wat logisch is voor februari doch in gedachten zaten we al in Afrika.
Daar staan ze dan klaar voor vertrek, de twee zusjes geflankeerd door hun echtgenoten Willem en ikzelf. Het doet me verdriet hier te vermelden dat helaas de twee zusjes inmiddels al allebei met een paar jaar verschil, zijn overleden ..... Willem en ik zijn gelukkig nog goed gezond, al zijn we natuurlijk ook de jongste niet meer ... aan alles komt een einde ook ergens aan mijn leven maar dat is nu juist de reden waarom ik hier zo trouw zit te schrijven.... Het viel me op dat bij het passeren van de Spaanse grens er iets in me tijdelijk veranderde. Van een druk en soms gehaast west europees leven naar een zuidelijkere langzamere soepelheid. Daarom klopte het wel dat er geen snelwegen meer waren want op een snel weg zie je en beleef je veel minder maar ga je zo snel mogelijk van A naar B. Vooral het stukje weg na het kustplaatsje dat Calpe heette raakte me toen al want toen we daar langs de kust reden en de Algar rivier over staken kwam er een thuis gevoel langs. Die avond bleven we er aan het strand overnachten wat heden ten dage verboden is… Onze tocht ging verder en verder alsmaar naar het zuiden. Als sommige stukken Willem reed zat ik op het dak van de auto en genoot met volle teugen van het op reis zijn. Op 21 febr rijden we in Tarifa de veerboot op om de oversteek naar Afrika te maken. Aan boord sta ik aan de reling en zie ik schepen passeren die van de Atlantische oceaan de Middellandse zee op gaan en in gedachten zie ik mezelf met de Spes langs komen … Het voet aan wal zetten in Afrika met het plan om door de Sahara naar het zuiden te rijden ontroerd me want hoeveel keer zal ik dat nog een keer doen. Nu weet ik het, zo´n grote reis was éénmalig. We zijn nog wel eens een dag of wat in Marokko op vakantie geweest doch dat is toch anders als voor onbepaalde tijd op weg te zijn naar de horizon en er aan voorbij ... Er ontstaat geleidelijk aan onderweg een voortdurende gespannenheid tegenover een onbekende omgeving die je een soort van verhoogt bewustzijn geeft, wat heel opwindend aanvoelt alsof je steeds een beetje ´´high´´ bent. Je begint te voelen wat kan en niet kan in een geheel vreemde wereld, die nu eens geen projectie is van je eigen westerse problematiek. Het is net of je een nieuw spel leert, waarin je allengs begint te ontdekken hoe het werkt en hoe wat er kan. Haast moet je nooit hebben. We zijn bijvoorbeeld eens drie dagen bezig geweest om een grens over te steken. De veerboot was uitgeleend aan een bedrijf. Toen hij terug kwam was het zaterdag en dan heeft de douane vrij. Dus kom maandag maar weer terug zeiden ze. Bij grenzen moet je niet verbaasd zijn dat ze je vragen naar niet bestaande papieren die je met wat extra geld niet hoeft te laten zien. Dit om je alvast een voorproefje te geven van wat nog komt. Die zelfde 21 febr landen we in Afrika, ook al is het nog de Spaanse enclave Ceuta toch is het Afrika. Spoedig rijden we Marokko binnen om er de sfeer op te snuiven en ons te beseffen nu wordt het echt want we hebben het zo vertrouwde Europa achter ons gelaten om het onbekende te gaan ontdekken. Ik zit in mijn agenda van 50 jaar geleden te bladeren om mn geheugen op te frissen want er ging zo maar een halve eeuw voorbij voor ik de moed had om het nu eens op te schrijven wat me daar in Afrika allemaal overkwam. Ik zit wat voorzichtig te typen want 2 dagen geleden schoot een tak diep in mn rechterhand het deed zo stevig zeer en zag het er zo zorgwekkend uit dat ik naar het ziekenhuis ben gereden. Gelukkig hebben we een kleine automatische auto want schakelen was er niet bij. Ik kreeg in het ziekenhuis 5 hechtingen in mn hand en een flink verband met de hoop dat het weer gaat genezen. Nu, een paar dagen later ben ik diep dankbaar en ook ontroerd dat er een grotere kracht is die voor deze heling bij me zorgt …. Wonderbaarlijk en ontroerend Terug lezende in mn agenda van toen schreef ik het allemaal op als jonge knul en nu zit hier een bijna tachtig jarige het in de computer te typen. Steeds weer verwonderd te zijn dat de speller er trouw leesbaar nederlands van maakt. Goed we gaan weer verder, Ceuta laten we gauw achter ons, om via Fes op weg te gaan naar Marrakesh. In de zeventiger jaren was Marrakesh een soort hippie droom plek waar je geweest moest zijn en ik zou zeggen terecht. Die avond kwamen we er aan en zochten een plekje op de camping van Marrakesh waar al diverse Overlanders stonden, zoals ons soort genoemd werd, over-land door Afrika. Er stond ook een engelse jongen die Ray heette en alleen reisde met z´n perfect opgetuigde crosscountry landrover die werkelijk allés maar dan ook alles bij zich had. Je kon het niet zo gek verzinnen of hij had het, zelfs een las apparaat. Hij reisde soms alleen omdat hij z´n metgezellen waar hij de reis mee begonnen was, al kwijt was geraakt in een onenigheid wat onder reizigers nogal eens voorkwam, nauw ja niet alleen onder reizigers.... We zouden hem later in In Salah weer ontmoeten en een tijd samen verder reizen want het is een bijzondere buiten kans om een soort van rijdende garage met monteur bij je te hebben.
We bleven een extra dag in Marrakesh om er de kleine steegjes en markten te kunnen bewonderen want er was voor ons jonge westerlingen te veel te zien en alles was te goedkoop om te laten liggen. Die volgende dag gingen we verder want ik herinnerde m´n reisgenoten aan de zandstormen in de Sahara die je mogelijk voor kon blijven als je er op tijd doorheen kon komen. Hier volgt nu een stuk uit mijn agenda dagboek waar ik elke dag een bladzijde had om de belevenissen van die dag op te schrijven. Misschien wat gedetailleerd maar het geeft een beter beeld wat zo´n avontuur en het op reis zijn... We rijden iets ten zuiden door het Anti Atlas gebergte. De korte palm groepjes afgewisseld door groene plekken en verder op de bergen en heuvels alle kleuren bruin en rood in alle variaties. Even leek het erop of mn belichtingsmeter van mn camera uit gevallen was en mijn stemming daalde ook al omdat ik lekkage zag aan het rechter fusee pen huis. Na olie pijl controle bleek het mee te vallen toch moet ik het in de gaten houden. De Anti Atlas is zo´n ruig en oud gesteente dat het voor mij het mooiste is tot nu toe in Marokko. Na Tafraoute veranderde de asfalt weg in een zogenaamde Piste met zeer slechte weg ongeveer 20 km per uur was hier mogelijk. Na zonsondergang en een beginnende schemer zochten we een plekje voor de nacht in de absolute stilte … en verder bergen en heuvels om ons heen. Het enige wat ons wat benauwde was het gevaar om door Arabieren overvallen te worden. We zien wel vannacht. Die volgende dag gaan we verder waar we gisteren gebleven waren en hebben van 9 tot 2 over de piste geploegd. Het was een belevenis om de ontstane golfjes in de piste zien door te komen. De golfjes kwamen doordat lang auto banden, vooral vrachtwagens erover heen gereden hadden en ontstaat een soort wasbord patroon. Op een gegeven moment rijd ons met de dubbele snelheid een andere landrover voorbij als of er niks aan de hand was. Wat bleek dat bij een hogere snelheid de vering de hobbels prima konden verdragen want de banden bleven alleen op de toppen van het wasbord en zo ging het comfort een stuk omhoog. Om met 60 km over die wegen of pistes te rijden was een kunst op zich want het op die snelheid komen rammelde je zowat uit elkaar en ook weer snelheid verminderen was heftig. We reden tegen de avond een berber dorp binnen om er een feest op de vooravond mee te maken dat gaande was. Baukje en ik gingen een omheining binnen en snel werden we opgemerkt door de daar aanwezigen dorps bewoners die aan het dansen en muziek maken waren. Gelijk kreeg ik een tamboerijn in mn handen gedrukt om mee te trommelen en baukje werd uitgenodigd om met de vrouwen mee te dansen. Het was heel bijzonder en we voelden ons de koning te rijk. Die avond sliepen we met de auto even buiten het dorp.
We vertrokken de volgende morgen bijtijds om zodoende een flinke afstand af te kunnen leggen. Dat lukte ook want we maakten die dag bijna 400 km en toch weer veel gezien. Heel mooi was de George du Todra, een smalle rots doorgang tussen hoge bergwanden en een doorwaadbaar beekje. In Ouarzazate pikte we bij toeval een achteraf gezien zeer aardig en vriendelijk meisje op die Gail heette en van uit engeland kwam. Zo reisden soms lifters dagen lang mee en zaten tijdens de reis bij ons op het dak. De mooie rustige camping in Goulimima lag er op de beheerder na, geheel verlaten bij. Die avond zijn we nog naar een fiesta geweest ter ere van de kroning van koning Hasan de tweede. Wat later vertrokken nadat we de was op dak in een ton in de zon in de week hadden vast gebonden en door het schommelen van de auto werd de was gedaan. In Erfoud de piste genomen en het was al een echt Sahara gevoel met grote zand duinen om ons heen. Aan het eind van de middag kwamen we in Source Bleue, de Blauwe Bron, vrij vertaald. Een prachtige palmen oase met een zeer heldere bron aan een riviertje. Aan de overkant daarvan was een Kashba die we zijn gaan bekijken. Zeer indrukwekkend met wel 100 verlaten vertrekken alles uit leem opgetrokken. De was van het dak gehaald en bij de bron was een eenvoudige was plaats waar we onze kleren konden schoon spoelen en te drogen hangen. Onder een paar palmen de auto geparkeerd voor de nacht. Voordat de zon opkwam zijn we weer verder gegaan. In een dopje Boudenib geprobeerd brandstof te tanken maar die was bijna op zodat we maar 20 liter kregen in plaats van de 150 die we hadden willen tanken. We hoopten in de wat grotere plaats Figuig meer brandstof te krijgen. Gelukkig hadden we 3 brandstof tanks onder de auto en 12 jerrycans op dak zodat we altijd een flinke voorraad konden meenemen als het nodig was. Figuig waar we de grens over moesten van Morocco naar Algerije. De Marokkaanse grens was simpel, alleen een stempel in het Carnet dan een stukje niemands land oversteken om aan de Algerijnse grens aan te komen. Dat was andere koek want we moesten alles uitpakken en laten inspecteren alsof we terroristen waren. Twee en half uur later gingen we weer verder. We waren nog beginnelingen wat grenscontroles betreft en moesten nog leren wat je wel en niet moest zeggen om geen gelazer te krijgen. Al doende leert men en tegemoet komende reizigers vragen naar informatie. Soms ergens in de middel of nowhere ontmoete je een reizigers overlander auto die je tegemoet kwam om eigenlijk vanzelf sprekend te stoppen tafel en stoelen neer te zetten en elkaar informeren over wat ieder te wachten staat. Volgetankt en verder om even buiten het dorp gestopt te worden door de politie om onze verzekerings papieren te laten zien. Er ontstond tussen Willem en mij onenigheid over de voor Algerije afgesloten verzekerings papieren want Willem wilde langzamer reizen als ik. Zelfs dreigde Willem met uit stappen en zonder ons verder te gaan. Gelukkig konden we elkaar toch weer vinden maar er bleef helaas wat spanning over. Waar het gedeeltelijk door fout ging was dat ik uit zo´n prestatie wereld kwam dat ik alsmaar wilde blijven doorgaan met presteren in plaats van dat loslaten want dat was waarom ik er mee gestopt was. Zou presteren ook een verslavend effect zijn waar je echt van moet afkicken? Een ander thema was misschien ook onze ongelijkheid. De een eigenaar van de auto en initiator van de reis en de ander reist min of meer mee en deelt in de kosten.
Het piste rijden was zeer oplettend want we reden de benodigde 60 a 70 km per uur om over het wasbord te razen in plaats van eindeloos gehobbel bij 20 km. Zo doen we ervaring op wat het is om op onverharde wegen door de woestijn te rijden. In Regane de weg gezocht naar In Salah waar de Sahara begint en je wegwijzers ziet staan met afstanden van meer als 2.000 km er op naar het volgende dorp want er tussen is slechts zand. Ergens komen we vast te zitten in een soort zandlopers zand wat zo fijn is dat we er in vast komen te zitten. Om ons heen alleen zand verder niks. Wat nu. Op aanraden van Frits hebben we goede zandladders bij ons en door die onder de wielen te plaatsen krijg je net genoeg snelheid om weer op een harder stukje te komen. Ladders weer oprapen opbergen en verder naar In Salah wat echt het eind van de wereld is. De eerste lucht spiegelingen gezien die vlak boven de horizon laten zien wat er achter is. Je denkt dan dat je er bijna bent maar dat valt tegen. We zien de zogenaamde lucht kastelen. IToen we in het dorpje In Salah binnen reden was het net zo´n uitgestorven amerikaans couwboy dorp uit zo´n pistolen western film en we wilden bijna gelijk doorrijden. Het dorp zag er alles behalve gastvrij uit en winkels waren dicht een beetje spookachtig. Na op de markt wat groenten te hebben gekocht en wat brandstof getankt kwam iemand ons vertellen dat er een berichtje voor ons lag in een restaurant. Het bleek van Ray te zijn die ruzie had gekregen met andere reizigers en ons vroeg om samen door de Sahara te kunnen gaan, hij zou morgen arriveren. Het boeiende was dat ik wel een lijntje met hem had en een zwak voor Ray dus adviseerde om op hem te wachten waar we later erg dankbaar voor zouden zijn. Wat me nu, na al die jaren fascineert dat zulke dingen me steeds gebeuren. Uit het onverwachte niets duikt iemand op om me een gouden tip te geven die later heel kostbaar blijkt te zijn of zelfs levensreddend! Zijn dat bescherm engelen of gidsen? Het ene is de tip die ik krijg het andere is dat er iets in me is wat er naar luistert en de tip opvolgt. Dus is de tip die ik krijg goud waard of mijn intuïtie die ernaar handelt? De volgende dag arriveerde Ray met z´n landrover om samen verder te gaan. Een van de grote voordelen van twee voertuigen was dat je elkaar uit het zand kon trekken wat nog al eens voor zou komen want vanaf hier was er geen weg meer als alleen maar tracks zoals dat genoemd werd. Je zag alleen sporen in het zand van je voorganger en om de paar km stond er een olie drum langs het spoor. Een zandstorm wiste alle sporen weg en alleen de vrachtwagen chauffeurs wisten de volgende drum te vinden. Soms waren de olie drums zo ver uit elkaar dat je de volgende pas aan de horizon zag als je de vorige eerst een poos in het midden van je achteruit kijk spiegel hield om vervolgens je eigen spoor in het midden van je spiegel te houden om op een gegeven moment aan de horizon de volgende drum te ontdekken. Het deed me denken aan mn zeereizen als je op zoek was naar een boei of vuurtoren alleen de drums gaven geen licht dus alleen overdag rijden. Als er een zandstorm kwam moest je de achterkant van de auto naar de wind parkeren en net zo lang wachten tot er een vracht wagen was langs geweest watsoms een paar dagen kon duren zoals we zouden ontdekken. Je zag soms kaal gezandstraalde aluminium achterkanten van LandRovers, stond ons dat ook te wachten? …
Het reizen in de Sahara is eigenlijk onbeschrijfelijk ook al doe ik hier toch een poging, want alleen al voor wat een nachtelijke sterrenhemel je laat zien is het de reis waard. De nacht is zonder enige menselijke licht of geluidsvervuiling doch slechts de eindeloze stilte en het uitspansel boven je. Je ziet een sterren hemel van horizon tot horizon. Als je geduldig kijkt zie je aan de ene kant de sterren vanachter de horizon opkomen en aan de andere kant weer verdwijnen. De poolster zakt sneller achter de horizon en we hopen al het zuider kruis te kunnen zien. zoals ik gelezen had in het Robin Hood handboek, een soort bijbel voor travelers. Doch die waarschuuwd ervoor het ware kruis niet te verwarren met het Valse kruis wat veel minder heldere sterren bevat. Het ware zuiderkruis wijst pal naar de zuidpool als je bepaalde lijnen doorterkt- Hier een tent opzetten is een dief zijn van je eigen onvergetelijke ervaringen. Om ervoor te zorgen dat er geen schorpioen in m´n slaapzak kruipt, slaap ik op het dak van de landrover waar ik een openklapbare tent heb gemonteerd maar liet die dicht zodat zich het oneindige universum zich aan me kon openbaren. Parabel, Een man vraagt aan een wijze hoe hij beroemd kon worden. De wijze antwoordde: Los het raadsel op hoeveel sterren er aan de hemel zijn. Als je ze geteld hebt en je weet het aantal en je verteld het de mensen dan zal je beroemd zijn. De man begon de sterren te tellen. Nacht na nacht telde hij ze. Na jaren wist hij hoeveel sterren er aan de hemel waren maar hij vertelde niemand iets. Hij was wijs geworden... Dan de zandduimen die maar op sommige plekken te vinden zijn, geven een onvergetelijke ervaring. Het zand is oker van kleur en zo fijn dat het heel soepen door je handen glijd. Als je er in gaat liggen is het net een warm bad en zalig zacht soms zelfs lekkerder als een bad. Als je er door loopt is het vermoeiend en nog meer als je een duim beklimt want 3 stappen omhoog laat je weer 2 naar beneden glijden.
Al eerder schreef ik over mn oude jeugd vriend Stijn die ik zoveel en zolang heb mee gemaakt in mn leven en nu ernstig ziek is. Via via hoorde ik gisteravond dat hij die ochtend is overleden. Een zegen voor hem dat z´n lijden voorbij is althans zijn fysiek lijden. Toch merk ik droevig te zijn dat hij er nu niet meer is en voorgoed verdwenen is ... Vannacht vroeg ik me af of dat weer een vorm van gehecht zijn is en dus pijn doet net als een pleister die je van je vel trekt. Is mijn schrijven hier ook misschien een soort gehecht zijn aan mn ervaringen die ik op deze manier van vast te leggen, een soort van onsterfelijk maak ...? Het laat me weer eens ervaren dat de vergankelijkheid toch ergens steeds aanwezig is eerder onverwachts dan geplant. Met mn ouder worden verdwijnen steeds meer oude makkers en maksters. Is dat de prijs die we betalen voor het ouder worden dan de rest? Toen ik daar in mn jonge jaren met mn LandRovertje door de woestenij reed was de vergankelijkheid misschien dichterbij als nu ik hier, tegen de tachtig op mn landgoed Sacarest, het zit op te schrijven en toch was het voor mn gevoel toen heel ver weg misschien wel verder weg als Kaapstad ....
Op deze Sacarest plek, dit alles en voorgaande opgeschreven te hebben en vermoed wat er nog komt, besef ik de helende werking die het onder ogen komen van mn verleden me brengt. Dat met het bewust worden een soort mildheid ontstaat voor wat ik misschien al lang min of meer niet onder ogen wilde komen omdat het pijnlijk was. Door het als met een stoptrein, alle stations langs te gaan worden de stations toch weer een stukje opgeruimd. Vannacht kwam ook de vraag langs of ik content was met mezelf. Na het me afgevraagd te hebben bleef het stil, dus geen volmondig bevestigend antwoord. Toen besefte ik geleidelijk dat de mate van content zijn met mezelf overeenkomt met de hoeveelheid liefde die ik voor mezelf ervaar. Het hapert vaak nog mezelf voldoende vergeven te hebben en mildheid kan opbrengen voor wat moeilijk ging door mijn toedoen. Hiermede open ik de deur om voor de ander het zelfde te beseffen. Het brengt me tot het inzicht dat ik slechts zoveel liefde voor de ander kan toelaten als ik het kan voor mezelf ... De volgende woestijn beschrijvingen wil ik opdragen aan Baukje die al die jaren mn liefdevolle en een enkele keer ook lastige metgezel en reisgenoot was. Ze heeft dit gedeelte in haar dagboek geschreven wat hier naast me ligt.... We gingen water tanken bij het benzine station in In Salah. Daar ontmoeten we Robert. Op weg naar het benzine station zat ik op het dak van de auto om goed de kamelen te zien die in een open vrachtwagen geladen waren. Ik zag iemand aankomen lopen over het stoffige zanderige plein met een grote hoed op en een rugzak en ik wist dat hij ons om een lift ging vragen. Hij zag er grappig uit, een baard, een geruit hemd, een broek met bretels en grote zware schoenen alsof hij al oud was, waar hij was nog jong. Ik moest meteen denken aan Oom Hans die de wereld rond ging om zijn geloof te verspreiden. Enfin, dat was Robert en hij ging met ons mee terug naar de palmen tuin waar we al eerder stonden. Robert had 30 km in de woestijn gelopen met alleen wat wortels en een plastic shampoo fles met water. De vrachtwagens die langs kwamen hadden hem niet gezien en niet gestopt om mee te liften maar hij had gedacht: misschien is dat omdat er een betere lift op komst is, misschien komt er een vrachtwagen met ijsjes, en zo hield hij de moed erin. Hij praatte veel want hij had lang niet gepraat en zwierf al maanden door frankrijk, spanje en afrika rond maar sprak geen frans of spaans. Ik kon hem moeilijk volgen hij was canadees. Dit zei ik tegen hem, maar hij zei dat het niet gaf als ik maar zijn intenties kon opvangen. Hij wilde naar Tamarasset om op de plek waar Pierre de Foucault zijn verblijf had om er een tijd te verblijven als een soort pelgrimage. Robert is bedachtzaam, relaxed, mystiek, filosofisch, erg op zoek naar de harmonie, de verlichting om met z´n eigen woorden te spreken. Hij is ontzettend aardig en onpartijdig t.o.v. iedereen en je wordt al rustig en blij als je zijn stem hoort. Hij nam zijn intrek in een rieten hut die vlakbij de plek stond waar we de auto repareerden, alsof die hut voor hem gemaakt was. Hij had gezelschap van een muis die daar woonde. We gingen terug naar het dorp om groente te kopen. Op het grote plein ontmoetten we reizigers die net terug kwamen uit het zuiden en die vertelden ons dat het leven er, zoals brandstof en eten in landen als Niger, Nigeria, Kameroen, Centraal Afrikaanse Republiek enz, erg duur waren en dat waren net de landen waar we heen wilden. Dit maakte ons niet erg vrolijk. Het geld ging veel te hard vooral door de brandstof. Toen we daar zo stonden kwamen Ray en Christian er aan rijden wat ook niet toevallig was. Hoe belangrijk zijn die ´´toevallige ontmoetingen´´ als je op reis bent! Alsof er een speciale energie bestaat die daarop is gericht en die je juist op reis gebruikt. We gingen met elkaar terug naar de palmen tuin en kookten een ongelofelijk lekker maal. ( eten en poepen zijn ontzettend belangrijk op reis). Robert at flink met ons mee want die hadden we uit bed gehaald. Ik denk dat hij best was uitgehongerd. De volgende dag vertrokken we met z´n allen naar Tamanrasset zo´n 700 km onverharde woestijn piste. De woestijn is echt te gek. Het lijkt op de zee, omdat je zo overgeleverd bent aan de elementen omdat je soms echt moet navigeren, omdat je auto soms scheef gaat in de zandgolven en soms kom je vast te zitten. Als je auto het begeeft moet je hem niet achter laten om hulp te halen want het is een ongeschreven wet, dat iedereen die dat wil er zich meester van mag maken, en inderdaad de auto wrakken die we onderweg zagen waren totaal gesloopt. Op zee is een verlaten schip overgeleverd aan de zee sleepboten die er als aasgieren op af komen. De woestijn lijkt ook op de zee omdat er geen drinkwater en geen voedsel is en omdat de nachten er zo koud zijn. Verder is er altijd wind. De wind was de laatste nachten zo hard dat we bang waren dat onze tent die op de landrover gemonteerd zit zou scheuren en daarom sliepen we de laatste nachten onder de vrije sterrenhemel. Je hoort de wind aankomen snellen en aanzwellen over de bergen. We sliepen de eerste nacht in de woestijn op een fantastische plek aan de voet een rivierbedding die vanuit de bergen kwam. Het was nog licht toen we daar stopten en ik ben naar boven geklommen. Allemaal zwarte losse stenen grote en kleine en op de top van de berg, waar ik heen wilde een canyon achtige kam, als een vesting muur. De zon ging net onder, de bergen aan de overkant leken in nevels gehuld te zijn. Toen ik naar beneden liep, wat ik in een vloeiende beweging probeerde te doen, als bij Tai Chi, voelde ik me als een rivier die zijn bedding zoekt. De tocht door de woestijn de volgende dag was geweldig omdat het landschap veranderde, voortdurend grillige bergen en vlaktes met grijze rotsen en stenen in de meest fantastische kleuren en vormen uitgesleten als beelden van Henry Moore.
Roerloos tijdloos staan zij in het landschap en het is net of zij iets betekenen maar wat weet ik niet, ik kan hun essentie niet zien. Aan het eind van de middag reden we twee Fransen in een Citroen Mehari model tegemoet die net op dat moment door een kuil gingen en een wiel eraf brak. We maakten met z´n allen een kamp (er was juist weer een fantastische plek aan de voet van een rotsformatie) want Ray had allemaal reparatie spullen bij zich en is net een rijdende garage waar hij onderweg z´n geld mee wil verdienen en hij zou de auto voor hen repareren. Weer zo´n waanzinnige ontmoeting in de woestijn: twee fransen breken een wiel van hun auto en net op dat moment komt er een rijdende garage voorbij. Robert die bij ons op het dak mee rijst vond weer een kant en klaar huis: een grot waar hij precies in paste, uit de wind en met uitzicht op ons kamp en met uitzicht op de sterrenhemel. Wie zonder iets reist vindt altijd een onderkomen. We zijn nog bij hem in z´n grot op bezoek geweest. Er was zacht zand want hij heeft geen matras. Niet te geloven hoe de omstandigheden zich ontvouwen. Het is jammer dat ik hem niet altijd begrijp want hij spreekt nogal in paradoxen en altijd net anders dan je verwacht. Toen Christian die wel erg maf is maar ook grappig is ( een echt fanatiek fransmannetje, trots op z´n russische afkomst, journalist en dus een haantje de voorste, kort geknipte haartjes, ijdel, een organisator, gehuld in een korte djellaba met capuchon waardoor hij net een kabouter lijkt, koele intelligente ogen. Sprekend in film taal, steeds doormiddel van klanken een nieuw hoofdstuk of scene aankondigt) te keer ging tegen ons over Ray omdat die alleen aandacht heeft voor de technische kanten van de reis, want z´n vele auto was volgeladen met onderdelen en apparatuur en had niet eens een kook gelegenheid of iets dergelijks en er was niet eens plaats voor de bagage van de mensen die met hem meereisden, geen enkele sociale communicatie heeft, zichzelf als de leider beschouwd en zich (volgens Christian) in een geestelijke gevangenis plaatst. Toen Christian in Robert een medestander wilde krijgen zei Robert: probeer niet met te discussiëren. Als ik je ergens mee kan helpen wil ik naar je luisteren maar niet naar een discussie als deze. Robert heeft een verzachtende invloed op ons allen. Eén van de problemen van zulke reizen is, in hoeverre ga je bij het helpen en geven aan mensen waarvan je niets terug krijgt. De laatste twee dagen hebben we nog door de woestijn gereden en aan het eind van de dag bereiken we Tamanrasset.
wordt binnenkort vervolgt ...
|